Pensioenregeling
Pensioen voor uw nabestaanden
Pensioen voor uw partner
Mocht u voor of na het bereiken van uw pensioengerechtigde leeftijd komen te overlijden, dan ontvangt uw partner een partnerpensioen. Onder partner wordt in dit geval verstaan een huwelijkspartner, een partner die zich heeft laten registreren volgens de Wet Partnerregistratie en samenwonenden. Samenwonenden moeten wel bij de notaris een samenlevingscontract hebben gesloten. Indien u langdurig samenwoont en blijft samenwonen doet u er dus goed aan om een notarieel samenlevingscontract te sluiten.
De hoogte van het partnerpensioen bedraagt 70% van uw totaal opgebouwde ouderdomspensioen. Indien u voor uw pensioenleeftijd overlijdt en u bent nog in dienst bij uw werkgever, dan tellen voor het vaststellen van de hoogte van het nabestaandenpensioen ook de jaren mee tussen het overlijden en de pensioendatum.
Pensioen voor uw kinderen
Als u overlijdt, ontvangen uw kinderen tot op een bepaalde leeftijd wezenpensioen. Ook stief- en pleegkinderen komen hiervoor in aanmerking.
Het wezenpensioen eindigt in principe wanneer een kind 18 jaar wordt.
De hoogte van het wezenpensioen is per kind 14% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen. Mocht u komen te overlijden vóór uw pensionering en u bent nog in dienst, dan wordt berekend wat het te bereiken ouderdomspensioen zou zijn. Ten hoogste vijf kinderen komen in aanmerking voor wezenpensioen. Voor volle wezen (waarvan zowel de vader als de moeder zijn overleden) wordt de uitkering verdubbeld vanaf de datum waarop het kind ouderloos wordt.
Pensioen voor uw ex-partner
Bij beëindiging van uw partnerrelatie ontvangt uw ex-partner bij uw overlijden een bijzonder partnerpensioen. Dit is gebaseerd op het pensioen dat tot het einde van de relatie is opgebouwd.
Gaat u een nieuwe partnerrelatie aan, dan ontvangt ook uw nieuwe partner bij uw overlijden een partnerpensioen. Dit partnerpensioen is gebaseerd op het pensioen dat vanaf de datum van het eindigen van uw vorige relatie is opgebouwd.
Mocht u voor of na het bereiken van uw pensioengerechtigde leeftijd komen te overlijden, dan ontvangt uw partner een partnerpensioen. Onder partner wordt in dit geval verstaan een huwelijkspartner, een partner die zich heeft laten registreren volgens de Wet Partnerregistratie en samenwonenden. Samenwonenden moeten wel bij de notaris een samenlevingscontract hebben gesloten. Indien u langdurig samenwoont en blijft samenwonen doet u er dus goed aan om een notarieel samenlevingscontract te sluiten.
De hoogte van het partnerpensioen bedraagt 70% van uw totaal opgebouwde ouderdomspensioen. Indien u voor uw pensioenleeftijd overlijdt en u bent nog in dienst bij uw werkgever, dan tellen voor het vaststellen van de hoogte van het nabestaandenpensioen ook de jaren mee tussen het overlijden en de pensioendatum.
Pensioen voor uw kinderen
Als u overlijdt, ontvangen uw kinderen tot op een bepaalde leeftijd wezenpensioen. Ook stief- en pleegkinderen komen hiervoor in aanmerking.
Het wezenpensioen eindigt in principe wanneer een kind 18 jaar wordt.
De hoogte van het wezenpensioen is per kind 14% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen. Mocht u komen te overlijden vóór uw pensionering en u bent nog in dienst, dan wordt berekend wat het te bereiken ouderdomspensioen zou zijn. Ten hoogste vijf kinderen komen in aanmerking voor wezenpensioen. Voor volle wezen (waarvan zowel de vader als de moeder zijn overleden) wordt de uitkering verdubbeld vanaf de datum waarop het kind ouderloos wordt.
Pensioen voor uw ex-partner
Bij beëindiging van uw partnerrelatie ontvangt uw ex-partner bij uw overlijden een bijzonder partnerpensioen. Dit is gebaseerd op het pensioen dat tot het einde van de relatie is opgebouwd.
Gaat u een nieuwe partnerrelatie aan, dan ontvangt ook uw nieuwe partner bij uw overlijden een partnerpensioen. Dit partnerpensioen is gebaseerd op het pensioen dat vanaf de datum van het eindigen van uw vorige relatie is opgebouwd.
