Pensioenregeling
Overgangsmaatregelen
Voor wie zijn de overgangsmaatregelen bedoeld?
Met ingang van 1 januari 2006 geldt er in de Textielverzorgingsbranche een geheel nieuwe pensioenregeling. Nam u voor deze datum al deel aan de pensioenregeling in de branche, dan blijven uw opgebouwde pensioen- en prepensioenaanspraken behouden. Verder kan het zijn dat er overgangsbepalingen op u van toepassing zijn. Dit is het geval indien u:
Met ingang van 1 januari 2006 geldt er in de Textielverzorgingsbranche een geheel nieuwe pensioenregeling. Nam u voor deze datum al deel aan de pensioenregeling in de branche, dan blijven uw opgebouwde pensioen- en prepensioenaanspraken behouden. Verder kan het zijn dat er overgangsbepalingen op u van toepassing zijn. Dit is het geval indien u:
- vanaf 31 december 2001 tot en met 31 december 2005 onafgebroken deelnemer bent geweest in de toen geldende pensioen- en prepensioenregeling en
- op 1 januari 2006 deelnemer bent aan de pensioenregeling,
Door gebruik te maken van de overgangsbepalingen kunt u in principe op 62,5 jarige leeftijd met pensioen. U dient dan wel 40 jaar in de branche te hebben gewerkt. De hoogte van de uitkering bedraagt dan maximaal 80% van het gemiddelde brutosalaris tot aan uw 65ste verjaardag. Wanneer u met pensioen kunt gaan en hoe hoog uw pensioen dan echt zal zijn is afhankelijk van uw leeftijd en uw arbeidsverleden. Bent u geboren vóór 1950 dan kunt u recht hebben op een aanvulling. Overigens ontvangt u na uw 65ste verjaardag een uitkering die gelijk is aan de uitkering die u zou krijgen op basis van de pensioenregeling van vóór
1 januari 2006.
Extra ouderdomspensioen
Met ingang van 1 januari 2006 is de pensioenregeling verbeterd en bouwt u meer ouderdomspensioen op. Het deel van het salaris waarover u pensioen opbouwt is namelijk verhoogd. Al met al betekent dit een verbetering van uw pensioen. Deze verbetering ontvangt u over alle jaren die u vóór 2006 in de Textielverzorgingsbranche heeft gewerkt als extra ouderdomspensioen. Een belangrijke voorwaarde om recht te hebben op dit extra ouderdomspensioen is dat u tot 2021 in dienst blijft bij een werkgever in de branche. Of wanneer dit eerder is uw pensioenleeftijd. Verlaat u uw werkgever eerder, dan vervalt dus het extra ouderdomspensioen. Het extra ouderdomspensioen moet overigens gelijk ingaan met het door u opgebouwde prepensioen en het eventueel verhoogde ouderdomspensioen als gevolg van uitruil.
Aanvulling voor geboortejaren vóór 1950
Bent u geboren vóór 1 januari 1950 en voldoet u aan de gebruikelijke VUT voorwaarden, dan heeft u recht op een aanvulling op uw pensioen tot 80% van uw gemiddelde brutosalaris tot aan uw 65ste verjaardag. U bent hiervoor wel verplicht uw partnerpensioen volledig uit te ruilen voor ouderdomspensioen. De leeftijd waarop u met pensioen kan gaan, hangt af van uw geboortejaar. Hoe ouder u bent, des te eerder u kunt stoppen met werken. Dit is geregeld in onderstaande tabel:
Extra ouderdomspensioen
Met ingang van 1 januari 2006 is de pensioenregeling verbeterd en bouwt u meer ouderdomspensioen op. Het deel van het salaris waarover u pensioen opbouwt is namelijk verhoogd. Al met al betekent dit een verbetering van uw pensioen. Deze verbetering ontvangt u over alle jaren die u vóór 2006 in de Textielverzorgingsbranche heeft gewerkt als extra ouderdomspensioen. Een belangrijke voorwaarde om recht te hebben op dit extra ouderdomspensioen is dat u tot 2021 in dienst blijft bij een werkgever in de branche. Of wanneer dit eerder is uw pensioenleeftijd. Verlaat u uw werkgever eerder, dan vervalt dus het extra ouderdomspensioen. Het extra ouderdomspensioen moet overigens gelijk ingaan met het door u opgebouwde prepensioen en het eventueel verhoogde ouderdomspensioen als gevolg van uitruil.
Aanvulling voor geboortejaren vóór 1950
Bent u geboren vóór 1 januari 1950 en voldoet u aan de gebruikelijke VUT voorwaarden, dan heeft u recht op een aanvulling op uw pensioen tot 80% van uw gemiddelde brutosalaris tot aan uw 65ste verjaardag. U bent hiervoor wel verplicht uw partnerpensioen volledig uit te ruilen voor ouderdomspensioen. De leeftijd waarop u met pensioen kan gaan, hangt af van uw geboortejaar. Hoe ouder u bent, des te eerder u kunt stoppen met werken. Dit is geregeld in onderstaande tabel:
| Geboortejaar | Pensioenleeftijd | Periode van pensioeningang |
| 1946 | 61,5 jaar | 1 juli 2007 t/m 30 juni 2008 |
| 1947 | 62 jaar | 1 januari 2009 t/m 31 december 2009 |
| 1948 | 62,5 jaar | 1 juli 2010 t/m 30 juni 2011 |
| 1949 | 62,5 jaar | 1 juli 2011 t/m 30 juni 2012 |
Nog eerder met pensioen is in principe mogelijk, maar niet financieel aantrekkelijk. U raakt namelijk uw aanvulling volledig kwijt. Een goed alternatief is om, met behoud van de aanvulling, eerder met deeltijdpensioen te gaan. In de volgende tabel kunt u zien wanneer u dan gedeeltelijk kunt stoppen met werken:
| Geboortejaar | Pensioenleeftijd | Periode van pensioeningang |
| 1946 | van 59 jaar tot 61,5 jaar | 1 januari 2006 |
| 1947 | van 59 jaar tot 61 jaar | 1 januari 2006 t/m 31 december 2007 |
| 1948 | 61,5 jaar | 1 juli 2009 t/m 30 juni 2010 |
| 1949 | 61,5 jaar | 1 juli 2010 t/m 30 juni 2012 |
